Klimaatverandering moet voorkomen worden. Er is veel tijd verloren gegaan. Kunnen we op ondernemeningen en overheden rekenen?

[ NOTE: Onderstaande analyse is ontleent aan ´No Time - This changes everything´ (2014) van Noami Klein, 
en de nederlandse vertaling, ´No Time - Verander nu, voor het klimaat alles verandert´ (Uitgeverij De Geus)]

We zijn ons allen bewust van de rampzalige gevolgen van de dreigende klimaat verandering, maar blijven kortzichtig doorgaan met vervuilen van onze Planeet en haar atmospheer.

Om een sombere toekomst te voorkomen, of die in elk geval een stuk minder grimmig te maken,  zal alles moeten veranderen.

De klimaatbeweging heeft decennia verspeeld met voortdurend gesjacher, manieren zoekend om het probleem door de markt zelf te laten oplossen. De algemeen bekende limiet van 2°C opwarming is al een politieke capitulatie voor het economisch realisme, dat meer te maken heeft met het zo weinig mogelijk verstoren van de economie dan met de bescherming van het grootste aantal mensen.

Maar zelfs die 2°C lijkt al een utopische droom, want de emissies stijgen nog altijd met méér dan 5 % per jaar terwijl ze in de rijke landen met 8 à 10 % zouden moeten dalen. Bovendien hebben we geen enkel idee wanneer er een omslagpunt komt waarbij de hele ontregeling versnelt en onomkeerbaar wordt. Voorzichtige aanpassing van de status quo is geen optie meer voor het klimaat. We staan voor een grimmige keuze: alles in de wereld laten veranderen door de ontwrichting van het klimaat of zo ongeveer alles aan onze economie veranderen om aan dat lot te ontkomen.

Het betekent heel eenvoudig dat klimaatverandering een existentiële crisis is geworden voor de menselijke soort.” Protest en nee zeggen is niet voldoende. Er is een allesomvattende visie nodig over wat er in de plaats van een falend systeem moet komen, met daarnaast een gedegen politieke strategie om die doelen te bereiken. Gezaghebbende rapporten hebben aangetoond dat de energievoorziening 100 procent hernieuwbaar kan gemaakt worden, zelfs tegen 2030.

Maar de techniek van zonne-energie alleen zal geen redding bieden, zo lang de marktfundamentalisten en neo-liberale politici het beleid uit kunnen maken. Het verstikkende marktfundamentalisme is de ergste vijand van de planetaire gezondheid.

Er zal een machtswisseling moeten plaatsvinden, een verschuiving weg van het bedrijfsleven naar gemeenschappen. De klimaatwetenschap is duidelijk: om klimaatchaos te vermijden moet het grootste deel van die olie, steenkool en gas onder de grond blijven. Maar ondernemingen en overheden zullen zich hiertegen verzetten. Ze rekenen op de meer dan 10.000 miljard dollar aan inkomsten uit onontgonnen fossiele reserves. In het kapitalisme zijn ondernemingen voorgeprogrammeerd om zich niets van de sombere voorspellingen aan te trekken. Ze wegen enkel financiële risico’s tegen het mogelijk rendement af.

Kortom, het bedrijfsleven is geen erg betrouwbare maatschappelijke kracht als het erop aankomt fossiele reserves onder de grond te laten.
Neoliberale overheden en de burgerlijke rechtspraak zullen hen daarbij geen geen strobreed In de weg leggen.

Gaswinning in Groningen

Pijnlijk voorbeeld hiervan werd jarenlang geleverd door minister Kamp (Economische Zaken) en de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij, 50% Shell, 50% ExxonMobil) met als hoogtepunt: De rechtzaak die de NAM aanspant tegen de (veels te voorzichtige) beslissing van de regering, om 10% minder gas uit de Groningse grond te trekken.

Heel even was het groene kapitalisme in de mode. Maar zodra de recessie toesloeg en de beurskoersen kelderden, bleek het oude, fossiele energiesysteem tóch nog te aantrekkelijk om al in de steek te laten. Groen verdween weer naar de marge. De regering van de VS heeft alle voorheen overeengekomen besluiten teruggedraaid.

Conclusie

Het goede nieuws is dat de noodzakelijke veranderingen beslist niet rampzalig hoeven te zijn. Vele ervan zijn zonder meer opwindend. De klimaatstrijd biedt de ideale kans om voor alles te ijveren wat de samenleving beter kan maken. De democratie versterken, de ongelijkheid tegengaan, werkgelegenheid creëren en afscheid nemen van de rat-race en consumptiedwang.

Daartoe moet de overheid wel het beleid drastisch veranderen. Ze zal opnieuw moeten inzetten op regulering, publieke diensten en herverdeling. Lokale jobcreatie, herverdeling en solidariteit maken minder economische groei maatschappelijk aanvaardbaar. Energieproducenten hebben aan de vervuiling van de aarde miljarden kunnen verdienen. De overheden hebben nagelaten om iets daarvan te reserveren voor een noodplan. 

Fossiele brandstofbedrijven ontvingen niet alleen wereldwijd aanzienlijke subsidies, ze betaalden bovendien niet voor het voorrecht om de atmosfeer te gebruiken als gratis vuilstort. Met  de enorme verdiensten kunnen de energieproducenten nu gezamelijk het noodplan betalen:  De aanpassingen voor een transitie naar de duurzame samenleving, betalen. Zonder een sterke sociale beweging zal het echter zover niet komen. 

Er zal niet veel veranderen, zolang de vervuilende industrie goed betaalde jobs kan aanbieden en de groene transitie te veel op goodwill drijft. Een overheid die wil inzetten op jobcreatie binnen de grenzen van het ecosysteem, zal zich mogelijk moeten afschermen van marktkrachten en de internationale concurrentie. Dat staat gelijk met het loslaten van het streven naar een geliberaliseerde markt. Het kan wat consumptieverlies opleveren. Vandaar het belang om het referentiekader te veranderen. Op een bepaald punt is meer niet beter.

 

Trailer van de  documentaire ´This Changes Everything´

Gebaseerd op het nieuwste boek van de bekende journaliste en activiste Naomi Klein.

De film portretteert 7 gemeenschappen in de frontlinies van klimaatverandering:

van Montana's Powder River Basin via de kust van Zuid India tot aan Peking. ......